26 MEI
Het heeft gegoten, maar rond halfacht is het droog. Toon Schouteden, de zoon van Johan, haalt de kudde binnen. Zodra de schapen de hond zien, komt er beweging in de lichte vlekken op de heide. Na een paar minuten ontstaat er een compacte kudde, die gestaag groeit. Ze staan met zijn honderden voor de afrastering. Nu volgt geen stofwolk, maar rennende schapen die waterplassen ontwijken. Eenmaal in de stal is het een hels kabaal. Lammeren die hun moeder zoeken. Moeders die naar lammeren roepen. 'Ze vinden elkaar altijd weer terug,' zegt Toon. Het lawaai ebt langzaam weg. Lammeren drinken, terwijl de ooien een plukje hooi pakken.